Neoliberalisme en neofascisme vormen een Siamese tweeling. Een visie vanuit Latijns-Amerika

Dilma Roussef, voormalige presidente van Brazilië, Abel Prieto, voormalig minister van cultuur van Cuba en Maurice Lemoine, gerenomeerd journalist van Le Monde Diplomatique, geven hun visie op de actuele situatie in Latijns-Amerika. Verslag van een panelgesprek op Manifiesta op 21 september 2019.

Linkse golf en reactie van de elite

Maurice Lemoine schetste als inleiding de historische context van de actuele situatie. Net zoals elders in de wereld onderging Latijns-Amerika op het einde van vorige eeuw een neoliberaal offensief. Dat richtte een sociaal bloedbad aan. Tussen 1980 en 2000 steeg het aantal armen met een derde. De bevolking pikte dit niet en koos in het ene land na het andere een linkse president. Op sociaal vlak waren de gevolgen sterk voelbaar. De armoede daalde spectaculair.

Die linkse golf was natuurlijk niet naar de zin van de elite en daarom ondernam ze verschillende pogingen – al dan niet met succes - om de linkse presidenten op allerhande manieren af te zetten. Dat gebeurde in Venezuela in 2002, in Haïti in 2004, in Bolivia in 2008, in Honduras in 2009, in Ecuador in 2010, in Paraguay in 2012, opnieuw in Venezuela vanaf 2013, in Brazilië in 2016 en in Nicaragua in 2018. 

Constitutionele staatsgreep

Dilma Roussef analyseerde de recente gebeurtenis in haar land. Toen Lula tot president verkozen was zijn alle pogingen om het neoliberalisme langs democratische weg terug in te voeren, d.w.z. door middel van verkiezingen, mislukt. Daarom heeft de elite een constitutionele staatsgreep gepleegd. Eerst heeft ze Dilma als president afgezet. Maar dat volstond niet, want de kans was groot dat Lula opnieuw tot president zou verkozen worden. Dan heeft ze na een lastercampagne Lula onrechtmatig laten gevangenzetten, zodat hij niet meer kon deelnemen aan de verkiezingen. Op basis van gelekte informatie is geweten dat de rechterlijke macht heeft samen gespannen om Lula gevangen te zetten. Van een legitiem doel – het bestrijden van corruptie – werd misbruik gemaakt om af te rekenen met een politieke tegenstander.

Dat het wel degelijk om een staatsgreep ging blijkt uit de recente bekentenissen van Temer, de man die Dilma opvolgde als president. Hij heeft toegegeven dat het om een “staatsgreep” ging, maar dat hij er niet aan deelgenomen heeft. Het gaat hier natuurlijk niet om een klassieke staatsgreep met soldaten en tanks , maar om een ander type van staatsgreep met andere actoren. De rechterlijke macht heeft een belangrijke rol gespeeld, evenals de pers. Ook heel wat politieke partijen waren medeplichtig aan deze staatsgreep. Tenslotte deed ook de VS zijn duit in het zakje, door strategische informatie door te spelen aan de rechterlijke macht in Brazilië.

Dilma beklemtoonde de ernst van de situatie. Als je een president van een land kan oppakken die onschuldig is, dan kan je dat met elke burger doen. Dan is er geen gelijkheid meer voor de wet en dan zitten we terug met een rechtssysteem zoals in de middeleeuwen.

Combinatie van neofascisme en neoliberalisme

Bovenop de economische crisis wordt Brazilië vandaag geconfronteerd met een politieke crisis. Dilma omschreef de huidige Braziliaanse regering als neofascistisch. President Bolsonaro bewondert de militaire dictatuur uit het verleden van Brazilië. Recentelijk droeg hij zijn stem in het parlement op aan een militaire commandant die verantwoordelijk was voor de moord op tientallen mensen en de marteling van honderden. Hij is ook zeer seksistisch: tegen een vrouwelijk parlementslid zei hij dat ze het niet eens waard was om verkracht te worden. Bij kopstukken van het parlement, maar ook bij een deel van de media en de rechterlijke macht is er tegenwoordig niet het minste respect meer voor democratie.

Fascisme is meestal nationalistisch, maar Bolsonaro laat zich op sleeptouw nemen door de VS. Zo heeft hij gesalueerd op de Amerikaanse vlag, dat is ongezien. Zijn houding t.a.v. Venezuela en Cuba is ronduit schandalig. Ook de Arabische landen heeft hij voor het hoofd gestoten door de Braziliaanse ambassade in Israël te laten verhuizen naar Jeruzalem.

Tezelfdertijd voert Bolsonaro een uitgesproken neoliberale koers. Alle sociale verworvenheden van de periode Lula worden in ijltempo ongedaan gemaakt. Lula en Dilma Roussef probeerden het land zoveel mogelijk soeverein te besturen. Bolsonaro daarentegen verkoopt het land uit aan privéspelers uit het buitenland en levert de economie uit aan de financiële markten.

Neofascisme en neoliberalisme vormen een Siamese tweeling. Een hard asociaal beleid vraagt om een gespierde aanpak en de uitschakeling van de oppositie.

Het beleid van Bolsonaro is nefast voor het Amazonenwoud. De vorige regeringen gaven beurzen aan de bewoners van het woud op voorwaarde dat ze duurzaam produceerden. Dat wordt nu afgeschaft. Ook bezuinigt Bolsonaro op de diensten die instaan voor de bescherming van het woud. Het feit dat de ondergrond van het woud zeldzame en strategische mineralen als uranium en kalium bevat, speelt daar zeker in mee.

Cuba opnieuw in de vuurlinie

In 2013 drukten Obama en Raúl Castro elkaar de hand op de begrafenis van Mandela. Twee jaar later herstelden de VS en Cuba de diplomatieke betrekkingen. Er was toen veel hoop. Maar een goed jaar later, met de komst van Trump, werd die hoop aan diggelen geslagen. Trump haalde de Monroe-doctrine van onder het stof en richtte zijn pijlen op Venezuela, Cuba en Nicaragua, die hij als de ‘trojka van de tirannie’ bestempelt.

Abel Prieto bestempelde de stappen van Obama als moedig. Niet alleen werden ambassades geopend, er kwam beurzen voor Cubaanse studenten om in de VS te gaan studeren en VS-burgers kregen wat meer vrijheid om te kunnen reizen naar Cuba. Dat waren belangrijke stappen en dat had het begin kunnen zijn van een verdere ontdooiing van de relaties tussen beide landen.

Maar toen kwam Trump en werd dat allemaal teruggeschroefd. De ambassades werden gesloten en VS-burgers konden voortaan niet meer rechtstreeks naar Cuba reizen, dat moest via een derde land gebeuren. Die hindernis maakt zo’n reis direct veel duurder.

Op het vlak van migratie hebben de Cubanen altijd geëist dat die op wettige wijze zou kunnen gebeuren. Onder het presidentschap van Clinton was er de overeenkomst dat er elk jaar 20.000 Cubanen zou kunnen migreren naar de VS. Van die afspraak blijft op dit moment niets meer over, behalve dan het showelement. Daardoor is de wettige manier om te migreren van Cuba naar de VS nu afgesloten. Dat is een schending van de mensenrechten.

Economische blokkade

Een andere schending van de mensenrechten is de economische blokkade die de VS oplegt aan Cuba. Het is de langst durende uit de wereldgeschiedenis. Hoofdstuk 3 van de wet Helms Burton (van 1996) houdt in dat elk buitenlands bedrijf dat zaken (investeringen of handel) doet met een Cubaans bedrijf dat na 1959 genationaliseerd werd, voor een rechtbank in de VS kan gedaagd worden. Alle vorige presidenten hebben dit deel van de wet nooit toegepast om conflicten met die derde landen te vermijden. Trump lapt dat nu aan zijn laars. De bedoeling van Trump is om de buitenlandse investeringen op Cuba zoveel mogelijk te verhinderen.

Trump wil de bevolking ook rechtstreeks treffen door de oliebevoorrading zoveel mogelijk te verhinderen. Hij organiseert een vorm van piraterij t.a.v. van schepen die olie vervoeren naar Cuba. De rederijen van die schepen, maar ook de landen van herkomst van die schepen worden onder druk gezet door de regering Trump. De gevolgen laten zich nu al voelen. De Cubaanse regering heeft een aantal specifieke maatregelen moeten treffen om de verminderde toelevering van brandstof op te vangen.

Volgens Abel Prieto kunnen we nog de gekste dingen verwachten van president Trump. Het is elke dag opnieuw wachten op zijn nieuwste tweet. Al bij al is Trump wel een ongelofelijk pedagoog. Door zijn gedrag toont hij het ware gelaat van het imperialisme. 

Het post-Castro tijdperk

De VS-regering kan er niet tegen dat Cuba al zestig jaar stand houdt. Ze dacht dat met het verdwijnen van Fidel en Raúl de revolutie in elkaar zou storten. Maar dat is niet gebeurd. Fidel en Raúl hebben een nieuwe generatie opgeleid die klaar staat om de grote uitdagingen aan te gaan. Raúl heeft tijdens zijn beleidsperiode ook een aantal gedurfde hervormingen ingevoerd. We hebben nu een jonge president, Miguel Díaz-Canel, met gelijkaardige opvattingen als Fidel en Raúl toen ze in 1953 de Moncada kazerne bestormden.

Begin dit jaar werd een nieuwe grondwet via een referendum goedgekeurd. Dat was het orgelpunt van een lang en intensief traject. De eerste versie werd door een parlementaire commissie o.l.v. Raúl opgesteld. Die versie is door de hele bevolking bediscussieerd in de wijken, de bedrijven,  de hoge scholen, de universiteiten, enz. De input was enorm. Er kwam heel veel voorstellen tot wijziging. Op basis van al die voorstellen is dan een nieuw tekst gemaakt die eerst werd goedgekeurd door het parlement en nadien aan de bevolking werd voorgelegd in een referendum. De eindtekst werd met 87% van de stemmen. Abel Prieto is heel blij met die score.

In de economie komt er meer ruimte voor de privésector. Het is niet nodig dat de staat alles in handen moet hebben en regelen, wel is het belangrijk dat de belangrijkste sectoren in de handen van de overheid blijft. “Privé-initiatief is geen vijand van het communisme” aldus Abel Prieto. Kleine handelaars of ambachtslui die werken voor eigen rekening zijn geen bedreiging voor de revolutie. Mocht er op Cuba een echt neoliberaal beleid ingevoerd worden, dan zouden deze kleine middenstanders direct weggeconcurreerd worden.

Een ander heikel punt van de nieuwe grondwet was het homohuwelijk. Dat is niet goedgekeurd, het staat dus niet in de nieuwe grondwet. Er was heel wat verzet vanuit religieuze groepen en kerken. Wat er wel is goedgekeurd is een soort samenlevingsmodel, waarbij kan geërfd worden. Dat was het compromis. Het is daarnaast ook de bedoeling om het homohuwelijk in het familierecht op te nemen omdat discriminatie geen vrij spel mag krijgen, ook niet op dat vlak.

Perspectieven voor de linkerzijde in Latijns-Amerika

De situatie is ernstig maar niet hopeloos. Dilma was niet pessimistisch. In Brazilië is er op dit moment heel veel verzet tegen de regering Bolsonaro. De samenleving komt in beweging. Heel wat sectoren zijn gemobiliseerd: boeren, arbeiders, vrouwen, studenten, indianenbevolking, … Het is een strijd op midden lange termijn.

Het neofascisme botst ook op zijn eigen tegenstellingen. Fascisme houdt van orde, van een ijzeren orde, maar zorgt zelf voor wanorde. Onder Bolsonaro schieten privémilities als paddenstoelen uit de grond, maar die zullen tot toenemend geweld en destabilisering leiden.

In Mexico, het tweede grootste land is er sinds kort een linkse president. Ook elders in Latijns-Amerika heeft links kansen om terug aan de macht te komen. De beste kans op verandering is er in Argentinië, het derde grootste land van de regio. Bij de eerste ronde haalde het links-populistisch team Fernández-Kirchner 53 procent van de stemmen. Bij de tweede ronde zou dat nog veel meer kunnen zijn. In Uruguay zijn er binnenkort belangrijke verkiezingen evenals in Bolivia. De situatie in Colombia is heel ernstig. Het vredesakkoord was van cruciaal belang voor de politieke stabiliteit in Latijns-Amerika. Als gevolg van het niet naleven van het akkoord door de Colombiaanse regering hebben voormalige guerrillastrijders de wapens terug opgenomen. Dat brengt het land in een heel lastig parket.

 

Het panelgesprek werd georganiseerd door Cubanismo.be