Moord op Berta Cáceres: verdachte opgepakt maar geen opheldering

Begin maart werd voormalig militair David Castillo Mejía, voorzitter van het bedrijf DESA, het bedrijf dat een waterkrachtcentrale wil bouwen, gearresteerd toen hij op het punt stond het land te verlaten, toevallig twee jaar na de moord op Berta Cáceres. Dat bewijst wat iedereen al wist, maar het Openbaar Ministerie is nog steeds niet van plan het recht toe te passen in Honduras.

Alles wijst erop dat de moord op Berta Cáceres een militaire operatie was die werd uitgevoerd op bevel van de economische en politieke machtselite, die de concessies op de rivieren cadeau kreeg tijdens het mandaat van President Pepe Lobo in samenspraak met Juan Hernández, toenmalig voorzitter van het Nationaal Congres. De big business van de zgn. schone energie werd ook een mechanisme voor het witwassen van activa uit de georganiseerde misdaad, aangevuld met fondsen van investeerders van buitenlandse banken.

Berta lanceerde, als verdediger van de territoriale en culturele rechten van de Lenca-bevolking, een campagne voor de verdediging van de rivierbekkens van het land. Ze voerde een juridisch offensief voor het recht op voorafgaand overleg, dat - hoewel niet opgenomen in de nationale wetgeving- toch door de staat moet toegepast worden sinds 1995, omdat Honduras een van de landen is dat IAO-verdrag169 ratificeerde.

Het OM beschuldigde weliswaar Dario Roberto Cardona Valle, omdat hij de milieuvergunning van het waterkrachtproject Agua Zarca illegaal heeft uitgebreid en ook Marco Jonathan Laínez Ordóñes, beiden voormalige bestuurders van het Secretariaat voor Natuurlijke Hulpbronnen (SERNA). Het trad echter nooit op tegen Rigoberto Cuellar, de voormalige minister van SERNA. Zowel COPINH (de organisatie die Berta leidde) als OFRANEH hebben klachten ingediend tegen Cuellar voor de afwezigheid van voorafgaand overleg, maar daar is nog steeds geen gevolg aan gegeven.

Sinds 2009 zijn de interventies op het grondgebied van de inheemse volkeren in Honduras geïntensiveerd in naam van zgn. duurzame ontwikkeling. Die ‘ontwikkeling’ wordt autoritair doorgevoerd door de partij van de huidige regering via een ongebreidelde toename van geweld en door de uitverkoop van het economisch apparaat aan de georganiseerde misdaad. Een groot deel van het land werd overgenomen door de drugskartels, die niet aarzelden om "schone energie"-projecten te gebruiken voor het witwassen van geld.

In 2012 diende COPINH een klacht in bij het OM tegen Rigoberto Cuellar wegens van het nalaten van voorafgaand overleg m.b.t. de Chinacla-, Aurora II- en Las Ventana-stuwdammen. In mei 2013 heeft OFRANEH een klacht ingediend tegen Cuellar wegens gebrek aan voorafgaande overleg m.b.t. de REDD-projecten, VS-gestuurde programma’s zgn. voor de Bestrijding van de emissies en de aantasting van de bossen.

Eigenlijk werden alle inheemse volken van het land monddood gemaakt en beperkte men zich tot cliëntelisme met veel vermeende ‘leiders’, die middelen, wat jobs en projecten aangeboden kregen door het Secretariaat voor Inheemse en Afro-Amerikaanse Zaken (SEDINAFROH), in ruil voor hun stilzwijgende instemming.

Ook Berta was sterk gekant tegen het VS-gestuurde programma voor de zgn. Bestrijding van de emissies en de aantasting van de bossen (REDD), gezien de dreiging met onteigening en ontheemding die dergelijke initiatieven inhoudt, vooral in landen met zwakke rechtsstelsels.

In een klacht van COPINH over het Koolstoffonds van de Verenigde Naties en over de implementatie van REDD zonder voorafgaand overleg, stelde de organisatie dat "onder het mom van hernieuwbare energie en het tegengaan van klimaatverandering, een groot aantal hydro-elektrische dammen en windmolenparken nu worden gepland en gebouwd op inheemse grondgebieden, zonder respect voor het recht op gratis, voorafgaand en geïnformeerd overleg (FPIC) en andere nationaal en internationaal erkende rechten.

De meeste problemen waarmee Berta werd en COPINH wordt geconfronteerd, vloeien voort uit de systematische weigering van de staat om het voorafgaand overleg in acht te nemen. Al meer dan 20 jaar is de staat verplicht "de betrokken volkeren via passende procedures en met name via hun vertegenwoordigende organen te raadplegen wanneer wetgevende of administratieve maatregelen worden overwogen die hen rechtstreeks kunnen raken”.

Zelfs onlangs is er nog een wet ter bevordering van het toerisme gestemd, zonder rekening te houden met de aanbevelingen van de rapporteur van de VN voor inheemse volkeren, precies inzake het ontwerp voor een raadplegingswet. Daarin herhaalt de speciale rapporteur dat elk besluit dat zonder toestemming van een inheemse bevolking wordt genomen, onderworpen moet zijn aan toetsing door een rechterlijke of andere bevoegde instantie, om ervoor te zorgen dat de staat kan aantonen dat de maatregel voldoet aan internationale normen met betrekking tot toelaatbare beperkingen van de mensenrechten en dat de materiële rechten en het voortbestaan van een inheemse bevolking niet worden aangetast.

De moord op Berta was een represaille van de machtselite en hun ondergeschikten in het leger om de verdediging te ontmantelen van de territoria en culturen van inheemse volkeren in Honduras. Die worden zwaar getroffen door het offensief van grote bedrijven, en door hun economisch model gebaseerd op uitsluiting en uitzetting.

Het valt erg te betwijfelen of het gecorrodeerde rechtssysteem in Honduras de moord op Berta wil ophelderen. Evenzeer of de wetgevende macht, die door de huidige dictatuur wordt gecontroleerd, zich zal houden aan de aanbevelingen van rapporteur Tauli Corpus met betrekking tot de instelling van een raadplegingsmechanisme dat meer tegemoet komt aan de belangen van de inheemse bevolking dan aan de winsten van de bedrijfsbendes.

OFRANEH, organisatie van Hondurese zwarten, 13/03/2018