Gevolgen van de coronacrisis voor de Cubaanse arbeiders

Wat betekent deze gezondheidscrisis over het algemeen voor het inkomen van de Cubaanse werknemers?

Op 31 maart 2020 telde Cuba 212 patiënten die met het coronavirus COVID-19/SARS-CoV-2) zijn besmet en waarvan er 6 zijn overleden. 2742 mensen liggen voor observatie in het ziekenhuis en nog eens 26 000 personen worden thuis vanuit de eerstelijnsgezondheidszorg gevolgd.

De regering trof meer dan 230 maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan: de grenzen gaan dicht, toeristen moeten in hotels blijven of het land verlaten, kinderen moeten thuisblijven, waar mogelijk moet er worden getelewerkt, brandstof moet bij voorrang naar de landbouw gaan, bepaalde voedingswaren worden alleen nog via het rantsoenboekje verstrekt… De overheid roept de mensen ook op om de maatregelen voor sociale afzondering beter na te leven.

De geplande activiteiten rond 1 mei zijn - zoals al in de speciale periode van de jaren negentig gebeurde - opgeschort.

In de sectoren waar nog wordt gewerkt – uit economische noodzaak of in het kader van de bestrijding van de pandemie – worden de meest kwetsbare werknemers naar huis gestuurd. De (tele)communicatiesector is van vitaal belang en daarom worden internetabonnementen automatisch verlengd, kunnen online onderwijsprogramma’s gratis worden gedownload en worden de boni voor belkrediet met een maand verlengd.

Over het algemeen beschouwt de socialezekerheidswet een werknemer die als gevolg van de coronacrisis niet kan werken als ziek. Als ze in het ziekenhuis liggen behouden ze 50% van hun loon; zij die niet in het ziekenhuis liggen maar wel thuis moeten blijven om te rusten of onder epidemiologisch toezicht staan hebben gedurende 14 dagen recht op 60%. De thans meer dan 100.000 telewerkers ontvangen hun volledige loon.

Bedrijven die stil liggen moeten hun werknemers in de eerste plaats binnen of buiten de onderneming een andere job aanbieden, maar van ontslag kan geen sprake zijn. Als de werknemer technisch werkloos is heeft hij de eerste maand recht op 100% van zijn basisloon (dus zonder premies), en daarna valt hij terug op 60% zolang de werkloosheid duurt. Ze kunnen eventueel verlof opnemen, maar dat is niet verplicht. Tijdens de technische werkloosheid wordt er wel geen verlofrecht opgebouwd. Werknemers die voor hun kinderen moeten zorgen vallen ook terug op die 60% (na een eerste maand tegen 100%).

De werknemers die niet voor de overheid werken kunnen eveneens een ‘werkonderbreking’ inroepen en, wanneer hun inkomen te laag is, sociale bijstand genieten. De overheid voorziet voor de zelfstandigen ook in uitstel van belastingen.

Het ministerie van Werk en Sociale Zekerheid voorziet in een gratis telefoonnummer en e-mail en is op de sociale media actief om de bevolking te informeren en vragen te beantwoorden, naast de uitgebreide informatie op televisie en in de kranten.