De onverwoestbare kracht van een legende: Che 50 jaar na zijn dood

Idolen gaan doorgaans maar één generatie mee. Niet zo bij Che Guevara. Vijftig jaar na zijn dood blijft hij miljoenen mensen wereldwijd en zelfs presidenten inspireren. Wat is er zo merkwaardig aan deze icoon van het verzet tegen onrecht? Cubakenner Marc Vandepitte zoekt het voor u uitLees ook onze kerverse brochure!

“Diegenen die Che elimineerden en lieten verdwijnen
zullen nooit begrijpen dat zijn spoor in de geschiedenis
toen al onuitwisbaar was.
Zijn profetenblik werd een symbool
voor de miljarden armen in deze wereld.
Samen zullen we verder blijven vechten
voor een betere wereld”

Fidel Castro[1]

 

Een gevaarlijke legende

Idolen hebben doorgaans een beperkte houdbaarheidsdatum. John Lennon, Mao Zedong, Malcolm X, Mandela of James Dean gingen niet langer mee dan één generatie. Dat is niet het geval bij Ernesto Guevara. Vijftig jaar na de moord op hem blijft hij in het collectief bewustzijn als inspiratiebron voor het verzet tegen onrecht en solidariteit tussen de volkeren. Hij is een van meest prominente ethische symbolen van de recente geschiedenis en belichaamt wat je zou kunnen omschrijven als ‘revolutionair humanisme’.

Zijn iconische foto vind je terug op posters, vlaggen, T-shirts, gadgets, tattoos, noem maar op. De foto met de ‘indringende en ernstige blik’ blijft tot op vandaag een van de meest gereproduceerde beelden ter wereld.[2] Je komt hem tegen op vakbondsbetogingen bij ons, in kantoren in Palestina of Koerdische gebieden, maar evengoed in volkswijken in Afrika of in afgelegen gebieden in de jungle van India. Het weekblad Time gaf hem een plaats in de top honderd van meest invloedrijke figuren van de twintigste eeuw.

Merkwaardig is dat Che de ideologische collaps overleefde die volgde op de val van de Berlijnse Muur. Zowat alle marxistische sterren werden van het firmament gehaald, die van de rasechte communist Che bleef schijnen. De Argentijnse arts blijft zelfs staatsleiders inspireren zoals Rafael Correa, Hugo Chávez, Nicolas Maduro, Fernando Lugo, Daniel Ortega en Tsipras. “We zullen de strijd van Che Guevara voltooien” zei Evo Morales toen hij in 2006 president werd van Bolivia.[3]

Het establishment schat het subversief potentieel van een figuur als Che perfect in. Onderdrukte groepen en volkeren putten wereldwijd kracht en inspiratie putten gesneuvelde helden. Daarom doet het er alles om de legende te breken en zijn imago te besmeuren, vaak tot in het lachwekkende toe. Volgens een van de meest gelanceerde clichés zouden Fidel en Che in onmin geraakt zijn en was de Argentijn niet langer welkom op het eiland. Hij werd naar Congo gestuurd en later de dood ingejaagd in Bolivia. Geen enkel feit wordt aangebracht om die bewering te staven. En als ze nog maar half waar zou zijn, dan valt het niet uit te leggen waarom de vrouw van Che en zijn kinderen, na zijn dood niet alleen op het eiland bleven maar bovendien ook nog grote verdedigers zijn van de Cubaanse revolutie.

De ultieme poging om het imago van Che te breken is de beschuldiging van massamoord, ook zonder daarvoor het minste bewijs te leveren. Na de revolutionaire overwinning in 1959 werd in Cuba een volksrechtbank gehouden. Oorlogsmisdadigers, folteraars en criminelen van de dictatuur werden er berecht volgens de principes van Neurenberg. Tijdens die dictatuur kwamen ongeveer 20.000 mensen om het leven en een veelvoud daarvan werd gefolterd of verwond. Che was een voorzitter van de beroepscommissie van deze rechtbank. Als je Che beschuldigt van massamoord, dan geldt dit net zo goed voor de rechters van Neurenberg of van het naoorlogs België. De processen werden door de CIA aangegrepen voor een eerste internationale campagne tegen de Cubaanse revolutie.[4]

In tegenstelling tot in onze landen na de Tweede Wereldoorlog – gekend als ‘de repressie’ –- werden in Cuba in 1959 geen mensen standrechtelijk geëxecuteerd of vermoord. Er kwamen ook geen persoonlijke afrekeningen of vernedering en verkrachtingen van zogenaamde collaborateurs. Een van de redenen waarom de rebellengroep onder leiding van Fidel Castro het gehaald heeft tegen het veel sterkere Cubaanse leger was precies de goede behandeling van de gevangen genomen soldaten. Dat heeft er mee toe geleid dat naar het einde van de volksopstand grote groepen soldaten overliepen naar het rebellenleger.[5]

 

Van arts tot revolutionair

Ernesto Guevara de la Serna wordt geboren op 14 juni 1928. Hij groeit op in een gezin met aristocratische wortels maar met linkse sympathieën. Hij studeert voor arts en heeft een grote intellectuele honger. Als opgroeiende tiener verslindt hij boeken over geschiedenis, sociale wetenschappen. Hij verdiept zich in marxistische klassiekers. Hij wil de wereld verkennen en onderneemt op zijn eenentwintigste een eerste trektocht door de noordelijke provincies van Argentinië. Terwijl hij verder studeert, werkt hij als verpleger op handels- en petroleumschepen van de Argentijnse staatsrederij. Hij reist zo van het zuiden van Argentinië naar Brazilië, Venezuela en Trinidad.

Als hij drieëntwintig is maakt hij samen met zijn vriend Alberto Granado een rondreis door Latijns-Amerika op een oude Norton 500 cc motorfiets, verfilmd in The motorcycle Diaries. Op die reis wordt hij geconfronteerd met doffe ellende en armoede. In zijn dagboek staat: “We praten met de vele bedelaars. Onze neus snuift aandachtig de miserie op.” Nadat hij een oudere, zieke vrouw ontmoet, die pas ontslagen werd op haar werk, schrijft hij: “In zo’n gevallen wil een arts, bewust van zijn complete onmacht tegenover de omgeving, een verandering forceren. Iets dat dergelijk onrecht opheft. Hier leer je de tragedie van arbeiders wereldwijd begrijpen. Tot wanneer zal deze gang van zaken, gebaseerd op een absurd klassengevoel, blijven bestaan?”[6]

De miserie raakt hem diep en na een discussie over de armoede in de streek verwijst hij in zijn notities naar de woorden van de Cubaanse dichter en bevrijdingsstrijder José Marti: “Ik wil mijn lot verbinden aan dat van de armen van deze wereld.” Maar hij beseft heel snel dat om het lot van de armen te verbeteren, er strijd zal moeten gevoerd worden tegen de supermacht die het continent in zijn klauwen houdt: “De belangrijkste inspanning die moet gebeuren is zich de onbehaaglijke 'yankeevriend' van de rug afschudden. Het is, zeker voor het ogenblik, een immense taak, omwille van de grote hoeveelheid dollars die hier zijn geïnvesteerd, en het gemak waarmee ze economische druk kunnen uitoefenen wanneer ze hun belangen bedreigd weten.”[7]

Op zijn vierentwintigste werkt hij zijn studies af. Zijn besluit staat vast, hij wil revolutionair worden en trekt noordwaarts. De eindbestemming is Guatemala, waar op dat moment een progressieve regering aan de macht is. Onderweg passeert hij in Panama. Bij zijn aankomst daar is hij verontwaardigd over de onderdanige houding van de regering tegenover de VS. In Costa Rica botst hij op de overheersing van United Fruit en de uitbuiting en miserie die er het gevolg van zijn. In een brief aan zijn tante Beatriz schrijft hij: “In El Paso heb ik de uitgestrekte domeinen van United Fruit doorkruist. Ik heb me er nogmaals kunnen van overtuigen hoe misdadig die kapitalistische octopussen zijn. In Guatemala wil ik me verder vervolmaken tot een authentieke revolutionair.”[8]

Eind 1953 komt hij aan in Guatemala. Daar leert hij de naar daar gevluchte Peruaanse revolutionaire Hilda Gadea kennen. Twee jaar later trouwen ze en krijgen ze een dochtertje Hildita.

In juni 1954 is Che getuige van een invasie van de VS vanuit buurland Honduras. Che wil mee het verzet helpen organiseren en biedt aan om milities van arbeiders te organiseren. Maar president Arbenz vlucht naar de Mexicaanse ambassade en biedt zijn ontslag aan. Che is verontwaardigd: “In Guatemala was het noodzakelijk te vechten, en bijna niemand vocht. Er moest weerstand geboden worden en bijna niemand wou het doen.”[9]

De repressie barst los in Guatemala. Het wordt te heet onder zijn voeten en de Argentijn vlucht naar Mexico. De gebeurtenissen zijn voor hem een politiek keerpunt. Hij heeft de wreedheid van de gringos gezien en is meer dan ooit vastbesloten om de strijd ertegen aan te binden. “Dankzij mijn ervaring in Guatemala met de agressie van de VS werd ik ervan bewust dat er één belangrijke voorwaarde is om een revolutionaire arts te kunnen worden, en dat is: revolutie. Geïsoleerde, individuele inspanningen, de ‘zuivere idealen’, dienen tot niets in landen waar de regering en de sociale verhoudingen verandering onmogelijk maken.”[10]

 

Van revolutionair tot staatsman

In Mexico zoekt Che de Cubaanse ballingen op die deelgenomen hadden aan de mislukte rebellie in Santiago de Cuba in 1953. Hij ontmoet Fidel Castro in juli 1955. Che is onmiddellijk bereid om mee te vechten voor de Cubaanse revolutie op één voorwaarde: dat hij na de overwinning de handen vrij zal hebben om de revolutie in zijn thuisland aan te vatten.

Begin december 1956 landt het rebellenleger in Cuba. De strijd zal iets meer dan twee jaar in beslag nemen. Che ontpopt zich snel als een bekwame, gerespecteerde guerrillero. Na een goed half jaar wordt hij door Fidel benoemd tot een bevelhebber van het opstandelingenleger. Hij leert de lokale boeren lezen en schrijven.

De band tussen revolutionaire voorhoede en de brede achterban is essentieel voor het doen slagen van een revolutie. Het is zoals een kleine startmotor die een grote motor in gang brengt. In opdracht van Fidel onderhoudt Che uitgebreide contacten met de boeren om steunpunten te creëren in het gebied. In elk gehucht waar ze komen houdt Che ook dagenlange medische raadplegingen voor de mensen. Jaren later beschrijft hij: “De guerrilla en de boeren werden geleidelijk aan één, zonder dat iemand kon zeggen wanneer die eenheid zich echt voltrokken had. Ik weet alleen dat deze contacten met de boeren in de bergen de spontane beslissing snel deed omslaan in een serene en ernstige relatie. Die lijdende en eerlijke bewoners van de Sierra Maestra hebben nooit geweten welk een belangrijke rol ze hebben gespeeld in de vorming van onze revolutionaire ideologie.”[11]

In het slotoffensief tegen het leger speelt Che een beslissende rol. Zijn colonne weet een gepantserde trein met 300 soldaten en veel wapens te overmeesteren. Het is de genadeslag voor de dictator en de revolutie is een feit.

In de eerste jaren van de revolutie bekleedt Che topfuncties: hij is voorzitter van de Nationale Bank en wordt minister van industrie. Het doel is een socialistische maatschappij uit te bouwen. Dat staat voor hem centraal: “Er moet geen andere revolutie gemaakt worden, ofwel een socialistische revolutie ofwel een karikatuur van de revolutie.”[12] En wat socialisme voor hem betekent is zeer duidelijk: “Er is geen andere geldige definitie van het socialisme voor ons, dan de afschaffing van de uitbuiting van de mens door de mens”.[13]

Hij doktert een nieuw economisch model uit waarin hij veel belang hecht aan ethische principes. Een socialistische maatschappij wordt niet alleen opgebouwd d.m.v. andere structuren maar moet ook gepaard gaan met nieuwe menselijke waarden. “We vechten tegen de miserie, maar tegelijkertijd vechten we tegen de vervreemding. Een van de basisdoelstellingen van het marxisme is het doen verdwijnen van de factor materieel belang, individueel eigenbelang en winst uit de psychologische motivaties van de mens.”[14]

Che trekt de wereld ook rond als ambassadeur van de revolutie. Hij is woordvoerder bij de VN en in andere internationale organen.

In die hoedanigheid kiest hij resoluut voor internationalisme. Hij streeft naar “een alliantie tussen de onderontwikkelde volkeren en de socialistische landen”.[15] Met zijn consequent tiersmondistische opstellingen schopt hij tegen de schenen van zowel Moskou als Washington. In volle Koude Oorlog opteert de Sovjet-Unie voor ‘vreedzame co-existentie’, d.w.z. dat ze confrontaties met de VS probeert te vermijden. Che ziet het anders. De enige manier om de ondraaglijke miserie van de volkeren ongedaan te maken is de wapens op te nemen. “Ik geloof in de gewapende strijd als enige oplossing voor de volkeren die vechten voor hun bevrijding, en ik ben consequent in mijn overtuiging. Velen zullen me beschouwen als een avonturier, en ik ben er een, maar van een ander type: van diegenen die hun leven riskeren voor hun idealen.”[16] Che is geen Don Quichot. De Westerse elites zijn oppermachtig en kunnen misschien één conflict gemakkelijk aan, maar als ze geconfronteerd worden met verschillende brandhaarden tegelijk, dan geraken ze uitgeput en kunnen ze verslagen worden. “Twee, drie, vele Vietnams, dat is het ordewoord.”[17] Hij zal spoedig zelf de daad bij het woord voegen.

Het is de lijn die ook na de dood van Che wordt gevolgd door de Cubaanse leiding. In de eerste dertig jaar van de revolutie verleent Havana steun aan Algerije, Ghana, Congo (Brazzaville), Zaïre, Equatoriaal Guinea, Guinea-Bissau, Zimbabwe, Tanzania, Ethiopië, Somalië, Eritrea, Angola, Namibië, Mozambique, Zuid-Jemen, Syrië, Vietnam, Nicaragua en Grenada, alsook aan verschillende guerrillabewegingen in Latijns-Amerika. Binnen het kader van de ‘vreedzame co-existentie’ gebeurt dit vaak zeer tegen de zin van de Sovjet-Unie. Voor de VS worden ze daardoor vijand nummer één en het is één van de redenen waarom Washington geobsedeerd is om de revolutie klein te krijgen.

 

En van staatsman opnieuw tot revolutionair

Vrij snel smeedt Che plannen voor een nieuwe guerrillastrijd. Begin 1962 start hij met de voorbereidingen voor de guerrilla in het Noorden van Argentinië, met de bedoeling die strijd van daaruit te laten uitdijen over heel het continent. Het plan wordt echter ontdekt en afgeblazen. Er wordt vervolgens aan Venezuela gedacht, maar uiteindelijk wordt geopteerd voor Bolivia, daar zijn de voorwaarden het meest gunstig. De voorbereidingen worden getroffen. In afwachting vertrekt Che in april 1965 clandestien met een omvangrijke missie naar Congo, op vraag van de rebellen in het Oosten van het land. Na zeven maand wordt die operatie echter afgeblazen omdat de voorwaarden voor een succesvolle guerrilla niet voorhanden zijn.

Ondertussen is Che de meest gezochte man voor de CIA. Hij blijft ondergedoken en keert in het geheim terug naar Cuba. Daar start hij de voorbereiding voor de guerrilla in Bolivia. Hij legt al zijn functies en eretitels neer en laat zijn comfort achter. In zijn afscheidsbrief aan Fidel schrijft hij: “In een revolutie – als het een echte is - overwin je of sterf je.”[18] Ook aan zijn kinderen laat hij een brief achter. “Als je deze brief ooit zult lezen, zal dat zijn omdat ik niet meer bij jullie ben. Wees boven alles altijd in staat diep elk onrecht te voelen jegens wie dan ook, waar dan ook ter wereld. Dat is de mooiste eigenschap van een revolutionair. Tot voorgoed mijn kinderen, ik hoop nog steeds dat ik jullie zal terugzien. Een dikke kus en een omhelzing van papa.”[19]

In november 1966 komt Che aan in Bolivia. De missie was er jarenlang under cover voorbereid. Alles lijkt aanvankelijk volgens plan te verlopen, maar dan gaat het fout. De voorman van de communistische partij laat zijn steun aan de guerrilla vallen en door een vroegtijdig verraad krijgen de rebellen niet de kans om zich in te planten. Washington wil kost wat kost een tweede Cuba vermijden en stuurt een enorme troepenmacht naar de regio om de oproer in de kiem te smoren. De rebellen worden maandenlang opgejaagd. Op 8 oktober 1967 volgt een finaal gevecht waarbij Che wordt gevangen genomen. ’s Anderendaags wordt hij op bevel van de CIA geëxecuteerd.

 

Intellectueel volbloed

Che was arts, guerrillero, minister van economie, staatsman en internationaal diplomaat. Maar, wat vaak onderbelicht wordt, hij was ook een vooraanstaand denker. Studeren was een onderdeel van Che’s revolutionaire discipline. Zelfs tijdens zijn guerrilla-activiteiten legde hij zich toe op theoretische studie. In de meest onherbergzame omstandigheden, fysisch uitgeput, honger lijdend en gekweld door astma-aanvallen, zat Che vaak nog uren te lezen en te schrijven onder het maanlicht, terwijl de anderen guerrillero’s lagen te slapen. “Vaak verwaarlozen we de noodzakelijke aandacht voor de theorie,” schrijft hij een jaar na de overwinning in Cuba.[20]

Voor een jonge revolutie is studie heel belangrijk omdat er zeker in de beginfase heel veel moeilijke keuzes moeten gemaakt worden. Bij een zwakke theoretische fundering riskeert de leiding bij de eerste moeilijke beslissing of uitdaging uit de bocht te gaan. “De revolutie kan zich voltrekken indien ze correct de werkelijkheid interpreteert en op een correcte manier de aanwezige krachten gebruikt, zelfs zonder kennis van de theorie. Maar, het is duidelijk dat een adequate theoretische kennis de taak vergemakkelijkt en voorkomt dat men in gevaarlijke fouten vervalt, altijd in de veronderstelling dat de theorie overeenkomt met de werkelijkheid.”[21]

De theorie is die van het marxisme en dat vat hij rigoureus wetenschappelijk op: “Men moet marxist zijn op dezelfde evidente manier waarop men newtoniaan is in de fysica of ‘pasteurist’ in de biologie.”[22] Zo’n aanpak staat haaks op een dogmatische houding. Verwijzend naar handboeken uit Moskou veegt hij de vloer aan met “de scholastiek die de ontwikkeling van de marxistische filosofie afgeremd heeft en een systematische aanpak van de overgangsperiode naar het socialisme verhinderd heeft.”[23]

De intellectuele discipline is voor hem geen vrijblijvende bezigheid, maar moet gericht zijn op de uitbouw van een betere wereld. Daarmee stapt hij in de voetsporen van Marx: “Het is niet voldoende de natuur der dingen te begrijpen, het is ook nodig haar te veranderen. De mens houdt op slaaf en instrument te zijn van de geschiedenis en wordt de architect van zijn toekomst.”[24] En dat kan alleen maar als het individualisme overwonnen wordt. De geïsoleerde inspanning, de individuele inspanning, de puurheid van de idealen, de ijver om zijn hele leven op te offeren voor de meest nobele idealen, dat alles dient tot niets als het om een solo-inspanning gaat, ergens in een hoek van Latijns-Amerika.”[25]

Het theoretisch werk van Che bestrijkt een breed gamma. Om de belangrijkste thema’s te noemen: de economische planning, de opvatting van arbeid, de internationale economische en politieke verhoudingen, de gewapende strijd, de rol van de universiteit, de rol van de partij, een socialistisch mensbeeld. Begin de jaren zestig werd wereldwijd onder de belangrijkste marxistische economen een veel besproken debat gevoerd over enkele sleutelthema’s die Che ontwikkeld had.[26]

 

De nieuwe mens

In het kapitalisme draait alles om de winst en de rijkdom, en niet om de mens. Che draaide die waardenschaal om. “Het leven van een enkel menselijk wezen is duizenden keren meer waard dan alle eigendommen van de rijkste persoon ter wereld.”[27] Dat is de reden waarom hij marxist werd. In één van zijn speechen citeert hij Fidel: “Het was precies de liefde voor de mens die het marxisme deed ontstaan. Het was de liefde voor de mens en de mensheid, het verlangen om de miserie, de onrechtvaardigheid en het lijden van het proletariaat te bevechten, waardoor het marxisme uit het brein van Karel Marx ontsproot.[28]

In de revolutie die Che voor ogen had, staat de mens centraal. “Wij zijn niet enkel bezorgd om het socialisme. We vestigen voor het eerst in de wereld een marxistisch, socialistisch systeem waarin men de mens centraal stelt, waar men het over het individu heeft, waar men het over de mens heeft en over het belang dat hij heeft als fundamentele factor van de Revolutie.”[29] Vandaar dat de Cubaanse revolutie onmiddellijk werk maakte van een grootscheepse alfabetiseringscampagne, van landbouwhervormingen, van algemene tewerkstelling, van de snelle uitbouw van volksgezondheid, gratis onderwijs enz.

Om dat alles te realiseren zijn nieuwe structuren nodig. Maar dat is niet voldoende. Ook de mensen moeten veranderen, d.w.z. hun manier van denken, hun opvattingen en gewoontes. Kortom, een ‘nieuwe mens’ is nodig. “Om het communisme op te bouwen moet er gelijktijdig met de vernieuwing van de materiële basis ook een nieuwe mens gecreëerd worden.”[30] Zij moeten individualisme en het op zichzelf gericht zijn omvormen tot solidariteit en inzet voor de medemens. “Het individualisme als zodanig, als een eenmansactie, dat moet verdwijnen. Het individualisme van morgen moet de volledige inzet zijn van geheel het individu ten voordele van de collectiviteit.”[31] Alleen dan kan de nieuwe maatschappij opgebouwd worden.

De nieuwe mens ontstaat niet spontaan. “De nieuwe maatschappij in wording, moet hardnekkig wedijveren met het verleden. Het is een proces dat tijd vraagt.”[32] De oude gewoonten en overtuigingen die voortkomen uit eeuwen kapitalisme zitten diepgeworteld. “De oude maatschappij weegt, de denkwijzen van de oude maatschappij beïnvloeden constant het denken van de mensen. Daarom is het dat het versterken van het socialistisch bewustzijn zo belangrijk is.”[33] Dwang helpt hier niet, ideeën kan je niet opdringen aan iemand anders: “Het is niet mogelijk om een opinie met geweld te vernietigen. Dat is precies wat alle vrije ontwikkeling van het denkvermogen tegenhoudt.[34] De overtuigingskracht zit hem vooral in de eigen houding, het eigen voorbeeld. “Het voorbeeld, het goede voorbeeld, net zoals het slechte voorbeeld, werkt aanstekelijk; en wij moeten aanstekelijk zijn met onze goede voorbeelden. We moeten inwerken op het bewustzijn van de mensen, ermee knokken, tonen tot wat ze in staat zijn.”[35]

We stoten hier op de kern van zijn gedachtengoed. Che heeft een originele mix gemaakt van klassiek marxistisch denken en het beste uit de progressieve traditie van Latijns-Amerika. Bij hem zie je de combinatie van structurele omwenteling en persoonlijke integriteit, de samenhang van materiële en bewustzijnsfactoren, het belang van de subjectiviteit en de ideeënstrijd, het beklemtonen van ethiek en humanisme binnen het economische en politiek handelen. Het maakt zijn denken krachtig en aantrekkelijk. In combinatie met zijn opmerkelijke levensloop verklaart dit waarom El Comandante tot op heden miljoenen mensen wereldwijd blijft inspireren. Hasta siempre!

 

Bronnen

Barrio H. & Jenkins G., ‘Che Guevara. Kroniek van een revolutionair’, Baarn 2003
Borón A., ‘El Che y la recreación del marxismo’, El País, 14 juni 2008,
https://www.pagina12.com.ar/diario/elpais/subnotas/106028-33425-2008-06-14.html
Cormier J., ‘Che Guevara. Een biografie’, Amsterdam 1996
Cupull A. & Gonzalez F., ‘Un Hombre Bravo’, Havana 1994
Grupo Técnico de EcuRed, ‘Personalidades de la Guerra de Liberación Nacional de Cuba (I)’,
http://download.jovenclub.cu/ecured/EcuMovil/Personalidades%20de%20la%20Guerra%20de%20Liberaci%C3%B3n%20Nacional%20%28I%29.pdf, 26-50.
Guevara E., ‘Obras 1957-1967. Vol.2’, Havana 1970
Hart Dávalos A., ‘Ernesto Che Guevara, guerrillero del mundo’, in Hart Dávalos A., ‘Fe, trazos en mi memoria desde la ética. Tomo 9, 1952-2016’, 258-270, Havana 2017
Kohan N., ‘Ernesto Che Guevara. El sujeto y el poder’, Havana 2005,
http://cipec.nuevaradio.org/b2-img/nestor_sujeto.pdf
Kohan N., ‘La concepción de la revolución en el Che Guevara y en el guevarismo’, 1 oktober 2007, http://www.rebelion.org/noticia.php?id=57007
Lamrani S., ‘50 vérités sur Ernesto « Che » Guevara’, https://cubanismo.be/fr/articles/50-v-rit-s-sur-le-che
Löwy M., ‘El Che Guevara, la memoria y la tradición de los oprimidos’, http://www.rebelion.org/noticia.php?id=13629
Löwy M. & Pouzol C., ‘Ernesto Che Guevara. Ombres et lumières d’une mémoire toujours présente’, 1 mei 2009, http://www.europe-solidaire.org/spip.php?article15649
Tablada C., ‘Het economisch denken van Che Guevara’, Berchem 1995

 

 

 

[1] Fidel Castro, 17 oktober 1997, bij de bijzetting van de stoffelijke resten van Che en zijn kameraden uit de Boliviaanse guerrilla. http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/1997/esp/f171097e.htm.

[2] De foto werd genomen genomen door Alberto Korda op de begrafenis van de honderd slachtoffers die de dag voordien omkwamen bij een terroristische aanslag op een boot in Havana, vermoedelijk door de Amerikaanse veiligheidsdiensten.

[3] Telesur, ‘Evo Morales: “We Will Continue Che’s Fight Against Imperialism”’, https://www.telesurtv.net/english/news/Evo-Morales-We-Will-Continue-Ches-Fight-Against-Imperialism-20170614-0019.html.

[4] De Cubaanse processen waren openbaar. Ze werden voltrokken in de eerste maanden van de revolutie. Nadien volgden er nog gelijkaardige processen n.a.v. de dodelijke terreuraanslagen en bijzonder bloedige contrarevolutionaire operaties in het begin van de jaren zestig. In het totaal van die processen, met inbegrip van de volksrechtbank in ’59 werden zo’n 200 personen berecht en geëxecuteerd. Te vergelijking, in België na WOII waren dat er 242. In Frankrijk waren dat er 10.000 waarvan 9.000 zonder vorm van proces.
Over de processen deden de meest wilde cijfers de ronde, o.a. verspreid door de CIA. Twee anti-Castristen hielden het bij 200 of minder.
Vargas Llosa, A., ‘Che Guevara, la máquina de matar’, El País 31 juli 2005, https://elpais.com/diario/2005/07/31/domingo/1122781958_850215.html; Lamrani S., ‘50 vérités sur Ernesto « Che » Guevara’, https://cubanismo.be/fr/articles/50-v-rit-s-sur-le-che; Löwy M. & Pouzol C., ‘Ernesto Che Guevara. Ombres et lumières d’une mémoire toujours présente’, 1 mei 2009, http://www.europe-solidaire.org/spip.php?article15649.

[5] In Cuba deed men er precies alles aan om de wonden van de dictatuur zo snel mogelijk te helen. Bij het begin van het eerste schooljaar na de revolutie richtte Fidel zich tot de leerkrachten en riep ze op om de kinderen van oorlogsmisdadigers goed te behandelen: “In onze scholen zijn alle kinderen welkom. Het doet er niet toe of ze de kinderen zijn van de soldaten van vroeger, het doet er zelfs niet toe dat ze kinderen zijn van een of andere crimineel of moordenaar, want dat is niet de schuld van die kinderen. Jullie moeten weten dat kinderen onschuldig zijn, en dat op school elk kind - ook al is het van een soldaat van vroeger - moet behandeld worden als een broer. Als dit kind het ongeluk heeft dat zijn vader een misdadiger is, heeft het daar geen schuld aan, het is medeslachtoffer. ... Jullie moeten hen het goede van de revolutie uitleggen, en hen trachten te winnen met liefde, niet met misprijzen.
Uitgesproken op 14 september 1959, http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/1959/esp/f140959e.html.

[6] Cupull A. & Gonzalez F., ‘Un Hombre Bravo’, Havana 1994, p. 26. Verdere verwijzingen naar dit boek korten we af door U gevolgd door de pagina.

[7] U 28.

[8] U 51.

[9] U 58.

[10] Guevara E., ‘Obras 1957-1967. Vol.2’, Havana 1970, p. 71. Verdere verwijzingen naar dit boek korten we af door O gevolgd door de pagina.

[11] Grupo Técnico de EcuRed, ‘Personalidades de la Guerra de Liberación Nacional de Cuba (I)’, http://download.jovenclub.cu/ecured/EcuMovil/Personalidades%20de%20la%20Guerra%20de%20Liberaci%C3%B3n%20Nacional%20%28I%29.pdf, p. 33.

[12] O 589.

[13] O 575.

[14] Tablada C., ‘Het economisch denken van Che Guevara’, Berchem 1995, p. 84.

[15] O 572.

[16] O 693.

[17] O 584.

[18] O 697

[19] O 696

[20] O 93.

[21] O 92.

[22] O 93.

[23] O 377.

[24] O 93-94.

[25] O 71.

[26] Mora A., Guevara E., Álvarez Rom L., e.a., ‘El gran debate sobre la economía en Cuba 1963-64’, Havana 2004.

[27] O 76.

[28] O 206.

[29] Tablada C., ‘Het economisch denken van Che Guevara’, p. 49.

[30] O 372.

[31] O 74.

[32] O 371, 380

[33] O 192.

[34] Guevara E., ‘Apuntos críticos a la economía política’, Havana 2006, p. 369.

[35] O 194.