Afzetter afgezet door Braziliaans hooggerechtshof

Het hooggerechtshof zette op 5 mei Eduardo Cunha, president van het Braziliaanse parlement af, die zelf de afzettingsprocedure van de nationale president, Dilma Rousseff in gang had gezet.

"Hij wordt beschuldigd van pogingen om het corruptieonderzoek tegen hem te dwarsbomen door intimidatie van parlementsleden", zei de woordvoerder van het hoogste rechtscollege.

Rechter Teori Zavascki ging met dit verdict in op de eis van de openbare aanklager Rodrigo Janot, die de afzetting van de evangelische politicus van de PMDB (Partij van de Braziliaanse Democratische Beweging) in december eiste. Janot beschuldigt Cunha van ‘intimidatie van parlementairen, medebeschuldigden, advocaten en politieagenten met het oog op het bemoeilijken van het onderzoek tegen zijn persoon (wegens corruptie)’ . De aanklager stelde een lijst van 11 argumenten op om Cunha’s afzetting te eisen en noemde hem een ‘delinquent’.

“Cunha heeft zijn ambt misbruikt in zijn illegale eigenbelang en dat enkel om het onderzoek tegen hem stil te leggen dat zou kunnen bewijzen dat hij zich delinquent gedraagt en in die praktijken volhardt (…) Cunha heeft alle grenzen van het aanvaardbare overschreden in een democratische rechtsstaat.” Concreet wordt hij aangeklaagd voor corruptie in het Petrobrasnetwerk. Hij ontving 5 miljoen dollar van firma’s om hen aan huurcontracten met het staatsbedrijf te helpen voor olieboorplatforms.

"Gezien de bewijzen ga ik in op die eis en beslis ik de opheffing van zijn mandaat van federaal parlementslid en dus ook van zijn mandaat van voorzitter van de kamer van volksvertegenwoordigers", stelde Zavaski.

Cunha was het die het initiatief nam om het proces van afzetting van presidente Dilma Rousseff in te zetten. Waldir Maranaho wordt zo de interim-voorzitter van het parlement. Hij behoort tot de rechtse PP (Progressieve Partij) en was vroeger lid van Cunha’s partij. Ook tegen hem loopt een onderzoek voor passieve corruptie in het Petrobrasschandaal.

Cubadebate