Diplomatieke oorlog in Latijns-Amerika

Onlangs kregen we verontrustende berichten over ons heen. 'Nu gaat hij te ver, President Nicolás Maduro van Venezuela pleegt een staatsgreep tegen zijn eigen regering.´ Het Hoog Gerechtshof zette de Algemene Vergadering (het Parlement) buitenspel. Sinds de laatste verkiezingen in 2015 haalden de oppositiepartijen de meerderheid in de Algemene Vergadering. Op die manier is het moeilijk regeren voor president Maduro. Zeker als de oppositie maar op een ding uit is: de regering van Maduro ten val te brengen. Intussen kwamen miljoenen Venezolanen de straat op om Maduro te steunen, maar de media tonen liever de jongeren uit de rijke wijken in merkkledij die liever opnieuw een regering voor de 1% willen en straatgeweld daarbij niet schuwen.

Oude wijn in oude zakken

Begin jaren 50 slaagde de Amerikaanse regering erin de neuzen van de Latijns-Amerikaanse staten dezelfde richting in te sturen. Zo werd een Latijns-Amerikaans diplomatiek akkoord goedgekeurd om de zogezegde 'communistische' regering van Guatemala ten val te brengen, desnoods met een militaire interventie.

Amerikaanse interventies in Latijns-Amerika zijn inmiddels niet uitgebleven. Eventueel onder verschillende hoedanigheden, zoals een economische boycot. Jaar na jaar werd in de schoot van de Verenigde Naties de Amerikaanse economische boycot tegen Cuba door haast alle lidstaten afgekeurd. Desondanks bleven de VS zelf en enkele onder druk gezette staten het been stijf houden. Bij de recente Algemene Vergadering van de Verengde Naties in 2016 stemden voor de eerste keer de VS niet tegen de boycot. Ze onthielden zich, samen met Israël. Alle andere staten stemden voor de zoveelste keer tegen de boycot.

Vandaag woedt alweer een diplomatieke oorlog. De VS doen er alles aan om de Venezolaanse regering aan de kant te zetten. De agressie speelt zich af op twee vlakken: intern door de oppositie te steunen en extern door het lidmaatschap van de staat Venezuela binnen de Organisatie van Amerikaanse Staten (de OAS - van Alaska tot Patagonië) ongedaan te maken.

Pionnen op het schaakbord

Marcos Roitman Rosenmann, geboren Chileen en genaturaliseerd Spanjaard is doctor in de Politieke Wetenschappen en de Sociologie. Hij schreef onder meer het boek De redenen van de democratie in Latijns-Amerika.

Hij focust op de Amerikaanse ambassade in Caracas als het centrum van het schaakbord. Kurt Tidd, stafchef van het 'U.S. Southeren Command' met zetel in Miami (vroeger in de  Kanaalzone van Panama), hield in januari 2016 drukke gesprekken met de Chileense Luis Almagro, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) om organismen van de Latijns-Amerikaanse regio te coördineren met het oog op de val van de regering van Nicolás Maduro.

De drempel van de Amerikaanse ambassade in Caracas werd platgetreden door leden van de Venezolaanse partijen die verenigd zijn in de Democratische Eenheid (MUD) en oppositie voeren. Politieke militanten, eigenaars van bedrijven en bankiers komen over de vloer om instructies te krijgen. Op hun beurt reizen Amerikaanse agenten het Latijns-Amerikaanse subcontinent rond om het verloop van de gebeurtenissen op de voet te volgen.

Nog een pion op het schaakbord is Tenny Smith, een militair uit de hogere rangen die behoort tot de CIA voor Defensie. Daarnaast ook Rita Buck Rico, geattacheerde voor de Sectie van Politieke Zaken van de Buitenlandse Diensten.

Venezolaanse veiligheidsdiensten, ngo's allerhande, private communicatiemedia, pers, radio, tv en sociale netwerken werden gemobiliseerd om de democratisch verkozen regering opzij te zetten. Hoe dan? Door een parallelle staat in het zadel te helpen, geleid door de Algemene Vergadering (Parlement) die in handen is van de oppositie. Welke strategische stappen zijn daarbij voorzien? De Rechterlijke Macht onder druk zetten, haar besluiten niet in acht nemen en de regering zover brengen dat ze uitzonderlijke maatregelen moet toepassen. Op die manier wordt paradoxaal door het ontwrichten van de grondwettelijke orde een interventie gerechtvaardigd om 'de grondwet te beschermen.'

Internationale opwarming

Financiën zijn, zoals altijd, ook hier gul beschikbaar. Delegaties van de Venezolaanse oppositiepartijen (christendemocraten, liberalen en conservatieven) worden op het internationale pad gestuurd. Ze bezoeken burgemeesters, volksvertegenwoordigers en instellingen in Europa en Latijns-Amerika. 'Spanje,' stelt Doctor Roitman Rosenmann, 'werpt zich op als de buitenlandse zetel voor die manoeuvres.' Er wordt een radio en een tv-zender opgericht, gefinancierd door Spaanse politieke partijen zoals PSOE, Partido Popular, Ciudadanos, Partido Nacionalista Vasco, Convergentie van Catalonië en andere.

Voormalige presidenten van verschillende staten worden aangesproken en gaan in de aanval. Onder andere de Spaanse José Maria Aznar (Partido Popular) en Felipe González (PSOE). Maar ook César Gaviria en Alvaro Uribe (Colombia) en Ricardo Lagos uit Chili.

Na het voorbeeld van hun voorgangers wilden presidenten van dienst niet achterblijven om hun duit in het destabiliserende zakje van de VS te gooien. In het rijtje vinden we de Peruaanse president Pedro Pablo Kuczynski, de Braziliaan Michel Temer, die onlangs met de steun van de VS een staatsgreep pleegde, de Argentijn Mauricio Macri en de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto. Last but not least, want aan deze laatste wordt het leiderschap toevertrouwd van de Latijns-Amerikaanse pogingen om de Venezolaanse regering aan de kant te zetten.

Scheiding der machten of clash der machten

Zowel de regering als de oppositie in de Algemene Vergadering (Parlement) schreeuwen elk van hun kant over de poging tot staatsgreep. Het is geen geheim dat de oppositie er alles aan doet - desnoods ook met illegale middelen - om president Maduro de laan uit te sturen. Daarom spreekt de regering van een poging tot staatsgreep vanuit de oppositie. Anderzijds ontbond het Hoger Gerechtshof het Parlement en zei voorlopig zijn taak over te nemen. De reden van deze beslissing (die twee dagen daarna op verzoek van President Maduro ingetrokken werd) was omdat het Parlement duidelijk de uitspraken van het Hoger Gerechthof naast zich neerlegde.

In januari 2016, nadat de oppositie de meerderheid behaalde in het Congres, besliste het Hof dat drie volksvertegenwoordigers de eed niet mochten afleggen, omdat er een proces van kiesfraude tegen hen liep. En zolang daarover geen uitspraak gedaan werd, konden ze hun taak niet opnemen noch uitvoeren. Het Parlement nam hen toch de eed af waardoor ze hun functie konden opnemen. Niet onbelangrijk. Want daardoor haalde de oppositie twee derde meerderheid in het Parlement. Wegens ongehoorzaamheid aan het Hoger Gerechtshof werd het Parlement tijdelijk ontbonden. Dit werd dan door de oppositie als een staatsgreep gezien.

Interne politieke boycot

Het Parlement, in handen van de oppositie, heeft het bestaan een beroep te doen op een buitenlandse interventie. Bovendien weigert ze haar wetgevende functie uit te oefenen en vaardigt dus geen wetten meer uit. Uiteindelijke bedoeling is om het Parlement te laten functioneren als Uitvoerende Macht.

Ondertussen werd Luis Almagro, secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse staten (OAS) ingeschakeld om de hele opzet van obstructie geloofwaardig te maken en die onzindelijke acties een democratisch jasje over de schouders te hangen. Er werd gemikt op de bijeenkomst van de OAS in maart dit jaar. Daar zou een mokerslag toegediend worden. Daar zou de 'Carta Democrática' te berde gebracht worden. De 'Carta Democrática' is de gezamenlijke bevestiging dat de democratie de vorm moet zijn om te regeren in Latijns-Amerika. Venezuela zou daarbij als lidstaat uitgesloten worden.

Een gelijkaardig scenario gebeurde in 1962 tegen Cuba. Secretaris generaal Almagro, samen met de Mexicaanse vertegenwoordiger, zette zijn beste beentje bij om de klus te klaren. Concreet werd een document ter ondertekening aan de vertegenwoordigers van de Amerikaanse landen voorgelegd. Dat document, gepusht  door de Organisatie van een Amerikaanse Staten (OAS) en het Amerikaanse militaire 'Southern Command' bevatten drie eisen van de Venezolaanse partijen, verenigd in de  'Democratische Eenheid' (MUD): de val van de regering van Nicolas Maduro, een datum vastleggen voor nieuwe verkiezingen en de bevrijding van de politieke gevangenen. Terloops, onder die politieke gevangenen hoort ook  Leopoldo López en anderen, veroordeeld voor opstand en voor hun politieke verantwoordelijkheid voor de moord op 43 Venezolanen.

Gevaarlijke opdoffer  

De obscene manoeuvres van de VS en Almagro, secretaris-generaal van de OAS, werden deze keer echter niet gepikt door de meerderheid van de Latijns-Amerikaanse staten. Wel erkende de eindverklaring de dialoog die de wettelijke regering van Nicolas Maduro op gang bracht met de oppositie. Die nederlaag was olie op het vuur van dezen die de val van de regering nastreven. De grondwettelijke orde wordt genegeerd. Het Parlement, in handen van de oppositie, weigert de uitspraken van het Hoog Gerechtshof uit te voeren en blokkeert de beslissingen van de Uitvoerende Macht.

De VS hebben al voor minder een militaire interventie in Latijns-Amerika ondernomen. Met dit verschil dat vandaag Rusland en China niet bereid zijn om aan de kant te blijven staan en toe te zien. Sommigen menen al het geroffel van oorlogstrommen te horen.

Dit artikel werd overgenomen van op de alternatieve nieuwsite Dewereldmorgen