Colloquium over de Cuban Five in Frans parlement

Op zaterdag 4 juni, op de verjaardag van Gerardo Hernández, ging in zaal Lamartine van de Assemblée Nationale te Parijs een colloquium door over het dubbele thema: het proces van de Cuban Five en het terrorisme en het internationaal recht. Het werd bijgewoond door ongeveer 120 aanwezigen, waaronder een aantal internationale gasten. Vanuit het Franse parlement zelf waren enkele volksvertegenwoordigers aanwezig die behoren tot de vriendschapsgroep Frankrijk–Cuba.

Een internationaal tribunaal voor de Cuban Five

De zitting werd geopend door initiatiefnemer Alexandre Zourabichvili, advocaat aan de balie van Parijs. Hij wees erop dat het proces van de Cuban Five het langste proces is in de geschiedenis van de VS. De procedure duurt nu al dertien jaar. De zaak is symbolisch, niet alleen voor mensenrechtenorganisaties, maar ook voor rechtsfaculteiten. Ze toont perfect aan hoe de mallemolen van het VS-gerecht draait.

zaal Lamartine

De eerste spreker was Meester Roland Weyl, eveneens advocaat aan de Parijse balie en ondervoorzitter van de Internationale Vereniging van Democratische Juristen (IADL). Deze kranige man van 92 jaar, een leeftijd die hij absoluut niet toont, deed een oproep om de campagne voor de Vrijheid van de Cuban Five een nieuw élan te geven. Het weigeren van het bezoekrecht blijft doorgaan. Maar ook de grond van het proces moet in vraag gesteld worden. Er zijn vandaag nieuwe elementen, zoals het feit dat terrorist Luis Posada Carriles in de VS officieel gehuldigd wordt. Bestaat er dan misschien een toegelaten vorm van terrorisme? Weyl wees er ook op dat als de Cuban Five door de VS als spionnen beschouwd worden, dat meteen ook betekent dat de terreurorganisaties waarin ze infiltreerden een integraal onderdeel uitmaken van de VS-politiek. Volgens de advocaat bestaan er geen onafhankelijke aanklagers in de VS. Het gaat hier om hetzelfde rechtssysteem dat weigert de slachtoffers van Agent Orange te vergoeden of dat Mumia Abu Jamal opsluit. Weyl besluit zijn interventie met de aankondiging van een internationaal tribunaal rond de zaak van de Vijf, dat de IADL in het voorjaar van 2012 in Parijs zal organiseren. Het wordt een tegenproces voor de Cuban Five.

Roland Weyl en Alexandre Zourabichvili

Nieuwe elementen in het proces van de Cuban Five

In een tweede deel kwamen enkele internationale juristen aan het woord. Het thema ging over de actuele perspectieven in de verdediging van de Vijf. Tecla M. Faranda, advocate aan de balie van Milaan, had het over enkele nieuwe bewijselementen in het proces. Zij woonde in 2008 een van de hoorzittingen in het proces in Atlanta bij. Ze stelde zich de vraag wat er zou gebeuren mochten de Cubanen op VS grondgebied Posada Carriles zouden gaan uitschakelen, een man die internationaal gezocht wordt voor terrorisme, zoals de VS dat deden met Bin Laden in Pakistan. Zou de wereld dat toejuichen? Of zou het een goede reden zijn voor de VS om Cuba binnen te vallen?

Steve Cottingham, advocaat aan de balie van Londen, gaf een toelichting bij het Amnesty International rapport van 13 oktober 2010, dat de rechtsgang van het proces van de Cuban Five in vraag stelt. Een rapport dat Eric Holder, VS-minister van Justitie enkele dagen daarvoor, op 4 oktober al op zijn desk kreeg. Cottingham wees erop dat het om een politieke zaak gaat, niet om een juridisch probleem. Bijgevolg moet de campagne ook op politiek terrein verder ontwikkeld worden.

Augustin Kemadjou, advocaat aan de balie van Parijs en voorzitter van de Afrikaanse en Antilliaanse Advocaten in Frankrijk, centreerde zijn interventie rond het feit dat het proces van de Cuban Five het vijfde amendement van de VS-grondwet met de voeten trad. Dat amendement garandeert het recht op een eerlijk proces. Hij pleitte op die basis voor een herziening van het proces. De VS, die overal ter wereld tegen het terrorisme strijden, moeten dan maar eens laten zien dat ze er ook in eigen land toe in staat zijn.

Edith Flamand

Edith Flamand, advocate aan de balie te Antwerpen en lid van Progress Lawyers Network, die zelf aanwezig was op drie hoorzittingen in het proces van de Cuban Five, legde de habeas corpus-procedure uit die de verdediging van Gerardo Hernández aanvroeg. Het gaat hier om een procedure die eigen is aan het Angelsaksisch rechtssysteem. Het komt erop neer dat men op basis van nieuwe elementen in het proces een heraanvatting van dit proces, een soort beroep dus, aanvraagt bij de rechtbank die het proces origineel behandelde. In de zaak van de Vijf is dit de rechtbank van Miami. Eén van de nieuwe elementen waarvan sprake is het feit dat dankzij opzoekingswerk van ondermeer het VS-Free the Five-comité gebleken is dat de VS-overheid tijdens het proces journalisten betaalde om de Cuban Five te bekladden. Gezien diezelfde VS-overheid ook aanklager was geeft dit als resultaat een niet geoorloofde vermenging van belangen. Op dit moment is het nog niet zeker of de rechter te Miami de habeas corpus-procedure zal aanvaarden.

Staatsterrorisme versus internationaal recht

Maurice Lemoine, voormalig hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique had het in een derde sessie over de zaak Posada Carriles en de anti-Cubaanse terreurorganisaties in Miami. Hij wees ondermeer op het feit dat dezelfde openbare aanklager, Caroline Heck Miller, die de Cuban Five aanklaagde in Miami en die onlangs vanuit het openbaar ministerie de habeas corpus-procedure voor Gerardo afwees, het niet nodig vond om Luis Posada Carriles te vervolgen voor zijn terreurdaden. Posada Carriles is ondermeer mede-auteur van een bomaanslag op een Cubaans lijnvliegtuig waarbij 73 doden vielen. Hij stond onlangs terecht in Texas… voor het illegaal binnenkomen in de VS. Hoewel zijn terreurdaden uitgebreid aan bod kwamen tijdens het proces besloot Heck Miller geen aanklacht in te dienen vanuit de VS-overheid… Posada Carriles werd vrijgesproken en feestelijk onthaald in Miami.

Salim Lamrani

Salim Lamrani diepte het thema van de economische oorlogsvoering en het staatsterrorisme tegen Cuba uit. Het verzet tegen de Cubaanse revolutie kwam al op gang vanaf de start van de guerrilla tegen dictator Batista. Salim citeerde Che die erop wees dat alle revolutionaire maatregelen reacties waren op maatregelen van de VS. De VS kondigden de eerste economische sancties af en startten met de eerste sabotage en terreuracties in maart 1960, een maand voordat Cuba relaties zou aanknopen met de Sovjet-Unie. In ’62 zou Kennedy een totaal embargo afkondigen, inclusief op verkoop van voedsel en medicijnen, wat ingaat tegen de regelgeving van de VN. Als reactie, om de mensen te beschermen tegen speculatie met de prijzen, voerde de Cubaanse overheid de ‘libreta’, het rantsoenboekje, in. Het economisch embargo was slechts het begin van een economische oorlog die sinds de invoering van de Torricelliwet (1992) en de Helms-Burtonwet (1996) het karakter van een internationale economische financiële en commerciële blokkade aannam.

Alexandre Zourabichvili gaf toelichting bij Resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de VN en de houding van de VS daartegenover. Die resolutie werd aangenomen na de aanslagen van 11 september 2001. Ze wordt dit jaar 10 jaar oud. De advocaat licht er enkele passages uit. De resolutie veroordeelt elke vorm van terrorisme. Ze erkent het recht van een staat om zich tegen terrorisme te verdedigen. Ze vraagt de medewerking van alle staten om het terrorisme uit te roeien. Waarom laten de VS een topterrorist als Posada Carriles dan ongemoeid? Waarom verlenen ze steun aan terreurorganisaties tegen Cuba op eigen grondgebied? Waarom ontzeggen ze het recht aan Cuba om zich tegen die terreur te beschermen? Op basis waarvan, tenslotte, veroordelen ze vijf mensen die zich in de VS bevonden om terreur te bestrijden tot levenslange straffen? Het is duidelijk dat hier nog maar eens gewerkt wordt met twee maten en twee gewichten.

Stephen Wilkinson, directeur van het Centre for Caribbean and Latin American Research and Consultancy aan de London Metropolitan University, sloot dit deel af met een uiteenzetting over de huidige stand van zaken in de relaties VS-Cuba en de politiek van de Obama-administratie tegenover Cuba. Toen de Democraat Obama in 2008 campagne voerde deed hij enkele merkwaardige uitspraken in het traditioneel door de anti-Cubaanse lobby gedomineerde en republikeins stemmend Florida. Hij beloofde er namelijk de relaties met Cuba te verbeteren. Concreet maakte hij twee afspraken: hij zou de reisbeperkingen van Cubano-Amerikanen opheffen en hij zou het gevangeniskamp op Guantanamo sluiten. Zijn Republikeinse tegenkandidaat Mc Cain beloofde net het omgekeerde. Hij zou onder meer de blokkade verscherpen en de contacten met Cuba moeilijker maken. Maar Obama haalde het in Florida. Dat wijst op een duidelijke kentering. De rol van de anti-Castro-lobby lijkt er uitgespeeld.

Stephen Wilkinson en moderator Michel Taupin

Maar de dinosaurus is nog niet dood, aldus Wilkinson, en Obama heeft zijn beloften niet gehouden. Wezenlijk is er niets veranderd. De weinige getroffen maatregelen rond reizen zijn perfect omkeerbaar door een volgende president. Anderzijds heeft Obama als president ook weinig macht in dit verband. Hij kan bijvoorbeeld aan de blokkadewetten niets veranderen zonder bekrachtiging door het congres. Toch speelt Obama het minder hard dan de vorige VS-presidenten. De migratiedialoog met Cuba werd heropend en er zijn betrekkingen tussen de twee landen rond orkaanschade-preventie en rond milieu. Ook is het gevaar voor een militaire invasie, dat onder Bush reëel was, geweken. De versoepeling van het reizen bracht met zich mee dat vorig jaar 200.000 Cubano-Amerikanen Cuba bezochten. Dit jaar verwacht men er een half miljoen. Het is mogelijk dat een tweede mandaat Obama meer ruimte geeft. Vóór de presidentsverkiezingen van 2012 is er volgens Wilkinson weinig reden tot hoop op verbetering. Op 12 mei verklaarde Obama dat de aangekondigde economische hervormingen op Cuba onvoldoende zijn.

De politieke campagne moet versterkt worden

In een laatste deel kwamen de solidariteitsbewegingen met de Cuban Five aan het woord. Charly Bouhana, voorzitter van Cuba Si France en Annie Arroyo van France-Cuba voerden het woord voor Frankrijk. Stephen Cho, directeur van het Institut du 21ième Siècle de Recherches d’Etudes Coréennes sprak zijn steun uit aan de campagne voor de vrijheid van de Vijf. Katrien Demuynck deed een oproep als coördinator van de campagne voor de vrijheid van de Vijf in Europa om de politieke campagne op te voeren en getuigde over de kleine overwinningen die we in België behaalden. Ook Gloria González, van het Internationaal Comité, riep de aanwezigen op om de inzet niet te laten dalen en het onrecht niet te accepteren. Colette Finet tenslotte, communistisch burgemeester van de gemeente Longeau nabij Amiens, verklaarde dat de Cuban Five tot ereburgers van haar gemeente werden uitgeroepen en dat hun foto’s op het stadshuis zouden hangen tot hun vrijheid een feit is.

Katrien Demuynck

Tenslotte las Meester Augustin Kemadjou een korte slotverklaring voor die doorgestuurd zal worden naar alle Franse volksvertegenwoordigers. Orlando Requeijo Gual, Cubaans ambassadeur in Frankrijk, sprak een dankwoord uit tot alle deelnemers en aanwezigen. Zijn woorden vormden een afsluiter voor een geslaagde dag. We kregen niet alleen heel wat nieuwe info, maar konden ook internationale contacten leggen met het oog op het versterken van de campagne.